SAMENVATTING

 

 

Het doel van het verslag is inzicht te krijgen in de processen achter de woordvinding, en in de storingen in die processen. Daartoe zijn enkele recente theorieën en opvattingen bestudeerd en met elkaar vergeleken.

 

In de ideeën over woordvinding is voortgeborduurd op het logogenmodel van Morton. Een concept activeert een lexicaal item, welke vervolgens door activatie een bijbehorende woordvorm selecteert.

 

Woordvinding lijkt voornamelijk een discreet proces te zijn waarbij er misschien een lichte interactie is tussen het conceptuele en het lexicaal-semantische niveau, en tussen het lexicaal-semantische en het lexicaal-fonologische niveau.

 

Woordvindingsproblemen ontstaan doordat de activatie op één van beide niveaus tekortschiet. Dit geldt zowel voor incidentele storingen bij taalkundig gezonde mensen als voor anomieën. In de kwaliteit van het probleem is over het geheel genomen geen verschil tussen anomie en "normale" storingen als het bij anomie gaat om algehele activatiever­zwakking in één van de niveaus; de storingen komen bij anomie dan alleen veelvuldiger voor. Onderzoek naar recentie-, frequentie- en ouderdomseffecten lijken ondersteuning te geven voor de gedachtengang dat verzwakking van connecties woordvindingsstoornissen oplevert. Verschillen zijn er wel als het gaat om hyperoniemsubstituties, om het niet kunnen bereiken van bepaalde semantische categorieën en om malapropismen.

 

Wat onder een tip-of-the-tongue ervaring (TOT) verstaan wordt, levert wat verwarring op. Een TOT kenmerkt zich door het gevoel dat het tijdelijk niet te vinden woord op het punt staat bereikt te worden; de oorzaak zit vaker in het fonologische coderingsvlak dan in het item-selectievlak. De oorzaak kan zijn dat de activatie van het doelwoord niet sterk genoeg is, maar ook dat activatie van het doelwoord geblokkeerd wordt door overactivatie van een gerelateerd woord.

   

 

     

 

   
     

 

     
     

 

     
     

Woordvinding

Voorwoord

Inleiding

  1. Van idee naar uiting
  2. Algemeen gebruikte onderzoeksmethodologieën en een basaal theoretisch model
  3. Het woordvindingsmechanisme: wel of geen interactie tussen lemmaselectie en fonologische programmering?
  4. Overige aanvullingen op het basale theoretische model
  5. Woordvindingsproblemen
  6. Conclusie

Samenvatting

Literatuurlijst

 

Het hele artikel     uitprintversie, pdf