2.   ALGEMEEN GEBRUIKTE ONDERZOEKSMETHODOLOGIEëN EN EEN  BASAAL THEORETISCH MODEL

 

Omdat de achterliggende processen van het spreken zich zo ontzettend snel afspelen, is het voor ons niet mogelijk om tijdens of na een uiting na te gaan hoe we nu eigenlijk de benodigde woorden vonden, of wat er juist misging toen we maar niet op een woord konden komen. De laatste vijfentwintig jaar heeft men toch geprobeerd een antwoord te vinden op de volgende manieren:

  • men bestudeerde versprekingen en het mislukken van het vinden van woorden in spontane spraak. Ook analyseerde men pre-lexicale aarzelingen.
  • In experimentele testen werden versprekingen en tip-of-the-tongue-effecten uitgelokt. Plaat-benoeming en plaat-woord-interferentiestudies vonden plaats. Ook deed men reactietijdexperimenten en ontdekte hiermee het woordfrequentie-effect.
  • Ook de studie van de neuropathologie van de lexicale toegang bij afasiepatiënten droeg in grote mate bij aan het begrip van de onderliggende mechanismen. Men vergeleek de pathologische storingen in de lexicale toegang met de storingen die bij gezonde mensen voorkomen.

Dit zijn de methoden die nog steeds gebruikt worden bij het ontwikkelen en verifiëren van theorieën.

Een van de eerste theorieën hierover was de logogentheorie van Morton. Deze kan gezien worden als een basistheorie, aangezien andere theorieën hierop voortbouwden, al kwam de term "logogen" daar niet meer in voor. Het mentale lexicon kan worden gezien als een verzameling zogenoemde logogens die elk gevoelig zijn voor zijn eigen specifieke informatie (concepten). In deze logogentheorie is ook het lezen verwerkt, maar we beschouwen nu alleen het spreken.

Als er iets gezegd moet worden, raakt bepaalde semantische informatie (een concept) in het cognitieve systeem geactiveerd. Deze informatie is relevant voor het woord van één bepaald logogen, welke laatste dan ook geactiveerd wordt. Als de activatie een zekere drempelwaarde overschrijdt, vuurt het logogen en zendt de fonologische code van zijn woord naar een zogenaamde "responsie-buffer", vanwaaruit een articulatiehandeling kan worden gestart.

Alle logogens zijn tegelijkertijd "alert" op acties in het cognitieve systeem. Er is sprake van een parallelle werking wat de toegangssnelheid onafhankelijk maakt van de grootte van het lexicon.

Het woordvindingsmechanisme (zie fig. 1, iets verderop) bestaat uit twee stappen:

1.   de eerste heeft een semantisch karakter. De logogen wordt geactiveerd door het bijbehorende concept. De moderne benaderingen noemen deze fase ook wel lexicale selectie: het kiezen van het bedoelde woord. Misschien is het beter om nu het woord "woord" nog niet te gebruiken, aangezien de fonologische vorm nog niet gespecifieerd is. Deze lexicale items zijn wel semantisch en syntactisch gespecifieerd. In de literatuur wordt de term “lemma” hiervoor gebruikt.

2.   Een stap met een fonologisch karakter. Hier vuurt het logogen en wordt de articulatorische responsie-uitvoering voorbereid. Deze fase heet fonologische codering; de vorm van het geselecteerde item wordt nu opgezocht, waarna gesproken kan worden van lexeemals opponent van “lemma”.

 

Fig. 1: schematische weergave van het woordvindingsproces. In het kader “lexicon”zijn de twee stappen die bij de lexicale toegang betrokken zijn, weergegeven.   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LEXICAAL

SEMANTISCH

SYSTEEM

 

lexicale

selectie

«

lemma’s

 

 

 

 

 

 

LEXICON

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LEXICAAL

FONOLOGISCH

SYSTEEM

 

fonologische codering

«

lexemen

 

 

articulatieprogramma

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

     
   
     

 

     
     

 

     
     

Woordvinding

Voorwoord

Inleiding

  1. Van idee naar uiting
  2. Algemeen gebruikte onderzoeksmethodologieën en een basaal theoretisch model
  3. Het woordvindingsmechanisme: wel of geen interactie tussen lemmaselectie en fonologische programmering?  
  4. Overige aanvullingen op het basale theoretische model
  5. Woordvindingsproblemen
  6. Conclusie

Samenvatting

Literatuurlijst

 

Het hele artikel     uitprintversie, pdf