1.     VAN IDEE NAAR UITING

 

Er gebeurt veel in een korte tijd om een gedachte te verwoorden gezien het gecompliceerde proces dat er mee gepaard gaat (J. v. Leyden, 1989; Levelt, 1992):

eerst wordt die gedachte geschikt gemaakt voor het taalproductiesysteem, ook wel het conceptualiseren genoemd. De conceptuele structuur van de uitleg wordt hier gevormd: wat men wil zeggen, hoe men het gaat zeggen en in welke volgorde.

Zodra een boodschap of een fragment daarvan gereed gemaakt is voor uitdrukking, begint het formuleren. De conceptuele structuur vormt de input voor de zogeheten formulator, die deze input in een taalkundige vorm verwerkt. De uiteindelijke output is een fonetisch programma dat uitgevoerd wordt door het articulatorische motorische systeem. Het formuleringsproces bestaat uit een grammaticale en een fonologische component.

De grammaticale component ontvangt de boodschap als input, zoekt de benodigde lexicale items op in het mentale lexicon en levert de uiteindelijke syntactische structuur af als output. Afhankelijk van uit welke semantische concepten de boodschap bestaat, worden lexicale items geselecteerd. Deze roepen weer de syntactische constructie op: de items worden op hun plaats gezet, al naar gelang de grammaticale categorie waar zij toe behoren.

Andersom stuurt de syntactische structuur ook weer de woordkeuze. Dit geldt duidelijk voor woorden die dienen om een zin grammaticaal correct te maken (bijvoorbeeld in "het huis dat daar staat" is "dat" een dergelijk woord) en soms ook voor woorden, die wel semantisch bepaald zijn.

De fonologische component stelt voor alle geselecteerde items hun fonetische vorm op. Deze is een representatie van een reeks van fonemen en van een specificatie van klemto­nen. Het nu gevormde articulatieprogramma kan uitgevoerd worden door het articulato­risch motorische systeem, dat de spreekorganen stuurt.

Men vermoedt dat de processen op lexicaal, syntactisch en fonologisch niveau een onderlinge wisselwerking hebben, zodat het mede hierdoor niet nodig is een zinsuiting in haar geheel voor te bereiden alvorens met spreken te beginnen.

   

 

     
  1. Algemeen gebruikte onderzoeksmethodologieën en een basaal theoretisch model
   
     

 

     
     

 

     
     

Woordvinding

Voorwoord

Inleiding

  1. Van idee naar uiting
  2. Algemeen gebruikte onderzoeksmethodologieën en een basaal theoretisch model
  3. Het woordvindingsmechanisme: wel of geen interactie tussen lemmaselectie en fonologische programmering?
  4. Overige aanvullingen op het basale theoretische model
  5. Woordvindingsproblemen
  6. Conclusie

Samenvatting

Literatuurlijst

 

Het hele artikel     uitprintversie, pdf